Eens in de 36 jaar vindt er een conjunctie plaats tussen twee specifieke hemellichamen: de samenstand tussen Saturnus en Neptunus. Deze gebeurtenis brengt steevast spraakmakende veranderingen teweeg in de structuren hier op aarde. Het jaar 2026 hebben we een aantal maanden al in ogenschouw genomen, maar ook in het verleden was het niet anders.
In de astrologie en de geschiedfilosofie staan deze twee buitenplaneten bekend als de ultieme imperiumcyclus. Ze symboliseren de botsing tussen de harde realiteit en de grenzen van Saturnus aan de ene kant, en de idealen, illusies en grenzeloosheid van Neptunus aan de andere kant. Naast deze kosmische synchroniciteit speelt ook de kracht van Pluto een cruciale rol in dit verhaal. De planeet van de transformatie en de machtsstrijd op het wereldtoneel draait in 248 jaar om de zon en oefent diepe invloed uit op ons aardse vlak.
(6) Isaac Newton en het witte goud
De 36-jarige cyclus van Saturnus, met zijn focus op structuur, en Neptunus, met zijn associatie met illusies, het onzichtbare en chaos, bleek telkens weer het moment van grote maatschappelijke transformatie te markeren. De conjunctie van 1665/1666 voltrok zich in het sterrenbeeld Vissen, een teken dat sterk geassocieerd wordt met oceanen, vloeistoffen en onzichtbare gevaren. In 1665 stierf de koning van Spanje, waarna Lodewijk XIV direct de Spaanse Nederlanden claimde voor zijn vrouw. Dit leidde in 1667 tot de Devolutieoorlog. Dit was het allereerste conflict waarin Frankrijk probeerde de Spaanse erfenis te kapen, en het vormde de directe aanloop naar het latere Rampjaar.
Ondertussen vaagde een onzichtbare vijand bijna een kwart van de Londense bevolking weg. Het was de Grote Pest van Londen, vrijwel direct gevolgd door de Grote Brand van 1666. Deze vuurzee legde de middeleeuwse binnenstad volledig in de as. De oude, vertrouwde structuren losten letterlijk op in rook en as.
Terwijl de wereld in brand stond en de universiteit van Cambridge sloot vanwege de pest, vluchtte een jonge student genaamd Isaac Newton naar het platteland. In totale isolatie beleefde hij in 1665/1666 zijn Annus Mirabilis (Wonderjaar). Hij legde daar in eenzaamheid de basis voor de gravitatiewet, die de wetten van de natuur in een wiskundige structuur ving. Achteraf gezien vonden de belangrijkste wetenschappelijke doorbraken over de werking van het universum precies plaats op het ritme van deze onzichtbare kosmische cyclus.
Rond 1701 brak de beruchte Spaanse Successieoorlog (1701–1714) uit. In de astrologie, waarin cycli van planeten worden gebruikt om historische trends te duiden, wordt zo'n periode gezien als de start van een belangrijke machtsverschuiving in Europa. Die oorlog tussen de Grote Alliantie (met Engeland, de Nederlandse Republiek en Oostenrijk) tegen Frankrijk en Spanje met als inzet de Spaanse troon, kostte enorm veel geld. Koning August de Sterke zag de bodem van zijn schatkist al in zicht.
In Duitsland beweerde Johann Friedrich Böttger dat hij van afgedankt metaal echt goud kon maken. Böttger werd direct jarenlang opgesloten in laboratoria en vestingen, waaronder de beruchte vesting Königstein. Hier werd hij gedwongen om dag en nacht te experimenteren met het maken van goud uit goedkope metalen, wat uiteraard mislukte. Om zijn hachje te redden, ging hij onder leiding van de wetenschapper Ehrenfried Walther von Tschirnhaus experimenteren met klei en extreem hete ovens.
In het conjunctiejaar 1708 ontdekte hij per ongeluk de formule voor hard porselein. Dit 'witte goud' was destijds een geheim dat alleen in China bekend was en bleek goud waard te zijn. De koning richtte direct de beroemde Meißener porseleinfabriek op en werd er alsnog schatrijk van. Böttger bleef echter tot vlak voor zijn vroege dood in 1719 onder strikt toezicht staan, zodat het porseleingeheim niet kon lekken.
In het conjunctiejaar 1737 trilde de aarde letterlijk en figuurlijk. Terwijl de Russisch-Turkse Oorlog in volle gang was en legers over de grenzen marcheerden, vond in India de verwoestende Calcutta-aardbeving plaats, waarbij tienduizenden mensen het leven verloren. In Europa publiceerde datzelfde jaar de beroemde botanicus Carl Linnaeus zijn baanbrekende werken. Hij legde daarmee de wetenschappelijke basis voor hoe wij tot op de dag van vandaag planten en bloemen categoriseren. Het was de ultieme vormgeving van Saturnus; de schijnbaar oneindige, chaotische wildgroei van de natuur (Neptunus) werd door Linnaeus dwingend in een strakke, universele structuur en hokjesgeest gevangen. In het Nederlandse Limburg tussen Maas en Roer werd met harde hand opgetreden tegen arme wevers en landarbeiders die in de nacht op pad gingen om wat graan of munten te stelen. Volgens de schouwen verplaatsten de wetsovertreders zich op bokken die in de nacht door de lucht vlogen. Na marteling en het noemen van handlangers kwam galg en brandstapel in beeld. Het was een zwarte periode in de rechtspraak.
















