De sociale opstand tegen de elite en de gevestigde orde werd in de 18e eeuw in het Limburgse heuvelland tussen Roer en Maas met de Bokkenrijders hardhandig neergeslagen. Angst, armoede en ongelijkheid waren aan de orde van de dag, versterkt door een falend rechtssysteem.
De kerk en de schouten van de diverse mogendheden geloofden destijds echt dat bokken door de lucht konden vliegen. Het was een duivels dilemma dat zich afspeelde rond slechts een handvol echte boeven die uit pure wanhoop handelden. Vele onschuldigen werden genadeloos gemarteld en geëxecuteerd via de galg of de brandstapel.
De heksenjacht van twee eeuwen eerder, die ook in Limburg extreme vormen aannam, kwam bij de kerk en het recht weer bovendrijven. Alleen werd de bezem die destijds werd gebruikt om het straatje schoon te vegen, nu vervangen door bokken die voorheen zo vredig in de groene wei graasden. Na de veroordelingen en de daaropvolgende executies bleven de families berooid achter in pure armoede. Bezittingen werden geconfisqueerd en openbaar verkocht. De opbrengst hiervan vloeide rechtstreeks in de zakken van de schouten, de beulen en de overheden.
We spreken over de periode van 1740 tot 1785. Pas tweehonderd jaar later is het psychische juk bij de nakomelingen definitief afgeworpen. Nooit is er enig eerherstel of compensatie geweest, omdat overheden met deze institutionele tunnelvisie een handig verdienmodel hadden gevonden om gelden binnen te harken. Ook de rol van de kerk was zeer discutabel. Het pact met de duivel werd geassocieerd met een bok die met boven zintuiglijke zalf door de lucht kon vliegen. Men sprak van godslastering, waarna de hele familie werd uitgesloten van het sociale en kerkelijke leven. Moeders met kleine kinderen vertrokken naar andere streken en veranderden in veel gevallen hun achternaam. Het duurde zes generaties voordat de cirkel van armoede en vernederingen werd doorbroken en de sociale misstap van de overheid ijlde ruim 150 jaar na.
Was het niet Mark Rutte die op zijn vertrouwde fiets de bezem en de bok weer helemaal in beeld bracht? Een fiets die symbool stond voor de gewone man, maar ondertussen kwamen na de Bulgarenfraude de duimschroeven direct weer tevoorschijn toen duizenden onschuldige gezinnen op de zwarte fraudelijst werden gezet. Dit gebeurde puur op basis van nationaliteit of een klein foutje bij het invullen van formulieren. De vergelijking tussen de Bokkenrijders en het Toeslagenschandaal is treffend: in beide gevallen werden onschuldige burgers als crimineel bestempeld en financieel geruïneerd. Het enige verschil is dat er nu wel erkenning en een vorm van compensatie is. De psychologische vernietiging vormt in beide tragedies de rode draad. Het diepe wantrouwen tegen de staat groeit enorm en dat ebt voorlopig niet weg. Nu heeft de overheid tenminste schuld bekend, wat in het Limburgse van de 18e eeuw nooit is gebeurd.
De feodaal en vanuit tunnelvisie aangestuurde overheid zorgt er nu voor dat het herstel astronomische vormen aanneemt. Waar het Toeslagenschandaal ooit begon met een geschatte fraude van circa 1,5 miljard euro, is de hersteloperatie voor de gedupeerde ouders inmiddels uitgelopen naar ruim 11,5 miljard euro. Dat is nagenoeg het tienvoudige om de eigen puinhoop op te ruimen. Het is het schoolvoorbeeld van een falend overheidsbestuur waarbij miljarden wegstromen naar het in stand houden van het eigen bureaucratische apparaat.
De effecten op de lange termijn – zoals de jeugdzorg bij de vele uithuisplaatsingen, inclusief de nazorg vanwege arbeidsongeschiktheid en extreme stress – lopen geruisloos op naar de 25 miljard euro. Er werd een wantrouwend controleapparaat opgetuigd dat onze samenleving, met Rutte op de bok, klauwen met geld kost. Geld dat Rutte achteraf gezien beter in defensie had kunnen steken voor hoogwaardige radarsystemen, drones en militaire nachtkijkers uit eigen land.
Zelfs de rechterlijke macht deelde destijds in de visie van Rutte en stuurde de ouders telkens verder het bos in of terug naar af. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, koos immers blind de harde lijn van de Belastingdienst. De overheid had lering kunnen trekken uit de Limburgse drama’s, maar keek, zoals zo vaak, de andere kant op. De patronen van een falend overheidsbestuur inclusief de rechtspraak laten daardoor opvallende overeenkomsten zien. De meedogenloze machine die ooit jacht maakte op vermeende heksen en Bokkenrijders, ging nu opnieuw op jacht naar fraudeurs, waarbij onschuldige burgers werden vermorzeld.
Het Toeslagenschandaal laat zien dat de rechtsstaat geen vaststaand feit is, maar een uiterst kwetsbaar schild. Zodra de overheid regeert vanuit geïnstitutionaliseerd wantrouwen en rechters veranderen in systeemambtenaren, is de burger vogelvrij. De schouten uit de 18e eeuw handelden uit materiële corruptie en de moderne autoriteiten uit een bureaucratische tunnelvisie. Het resultaat voor het slachtoffer bleef echter exact gelijk. Een verwoest leven en een diep wantrouwen tegen de overheid dat nog generaties lang zal naklinken.















