Eens in de 36 jaar vindt er een conjunctie plaats tussen twee specifieke hemellichamen: de samenstand tussen Saturnus en Neptunus. Deze gebeurtenis brengt steevast spraakmakende veranderingen teweeg in de structuren hier op aarde. Het jaar 2026 hebben we een aantal maanden al in ogenschouw genomen, maar ook in het verleden was het niet anders.
In de astrologie en de geschiedfilosofie staan deze twee buitenplaneten bekend als de ultieme imperiumcyclus. Ze symboliseren de botsing tussen de harde realiteit en de grenzen van Saturnus aan de ene kant, en de idealen, illusies en grenzeloosheid van Neptunus aan de andere kant.
Naast deze kosmische synchroniciteit speelt ook de kracht van Pluto een cruciale rol in dit verhaal. De planeet van de transformatie en de machtsstrijd op het wereldtoneel draait in 248 jaar om de zon en oefent diepe invloed uit op ons aardse vlak.
(5) De Kleine IJstijd, VOC en de Tulpenkrach
Aangekomen in de 17e eeuw spreidden Saturnus en Neptunus opnieuw vooruitstrevende zaken tentoon. Vlak na de exacte conjunctie rond de eeuwwisseling, in het jaar 1600, vond de iconische Slag bij Nieuwpoort plaats tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Kort daarvoor, in februari 1600, zorgde de gigantische uitbarsting van de Peruaanse vulkaan Huaynaputina voor een regelrechte geopolitieke domper. De vulkaan spuwde zoveel zwavel en as uit dat het zonlicht wereldwijd voor een deel werd geblokkeerd. Een koude fase binnen de Kleine IJstijd was het directe gevolg. De winters in de opkomende Gouden Eeuw waren bizar streng, maar voor de Hollandse meesters leverden deze wintergezichten wel prachtige schilderijen op.
De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) werd in 1602 opgericht en introduceerde als eerste ter wereld vrij verhandelbare aandelen, die strak door de Nederlandse overheid werden geregisseerd. Dit luidde de vooravond in van de Gouden Eeuw, waarin ons land zou uitgroeien tot een wereldmacht. De wetenschappelijke revolutie was ondertussen niet meer te stoppen, hoewel de kerk met harde hand probeerde de vernieuwende kosmologische visies te onderdrukken. Tijdens het Twaalfjarig Bestand werd de Amsterdamse Wereldbank opgericht. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd met Amsterdam het alles bepalende economische centrum van de wereld. De filosoof Giordano Bruno verkondigde dat het universum oneindig was, en die overtuiging leverde hem in het conjunctiejaar 1600 de brandstapel op.
Tijdens de samenstand in 1637 beleefde Nederland opnieuw een ingenieus staaltje waterbeheersing en saturnale bouwkunst tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Stadhouder Frederik Hendrik richtte zijn pijlen op de zwaarbewaakte vestingstad Breda. Net als eerder bij Den Bosch werd het omliggende land door de Spanjaarden onder water gezet als ultieme verdediging. Frederik Hendrik besloot de natuur te temmen; hij liet reusachtige dijken en dammen aanleggen om het water te controleren en de toevoerstromen af te snijden. In oktober 1637, na een bizar technisch beleg, dwong hij de Spanjaarden tot capitulatie.
Exact in datzelfde conjunctiejaar 1637 spatte in de Republiek ook een enorme neptunische illusie genadeloos uiteen: de Tulpenmanie. Jarenlang hadden mensen geloofd in de droom dat één enkele bloembol een fortuin waard was, maar in februari 1637 stortte de markt van de ene op de andere dag volledig in. De harde, nuchtere realiteit van Saturnus keerde terug en liet duizenden speculanten berooid achter. Het universum liet hiermee in 1637 op zowel militair als economisch vlak zien dat illusies niet bestand waren tegen de wetten van de werkelijkheid.

















