Posts tonen met het label Sint Denijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sint Denijs. Alle posts tonen

vrijdag 9 oktober 2026

De wandeling

De mist hangt in het jaar 250 als een verstikkend laken over de Parijse Seine. Op het Île de la Cité, het smalle eiland in het hart van de rivier waar destijds de Romeinse stad Lutetia ligt, heerst een ijzige stilte. Bisschop Denijs wordt door Romeinse soldaten het paleis uit geduwd. Ze sleuren hem mee, weg van het eiland en de bewoonde wereld, het ruige noordelijke moerasland in.

Hun doel ligt kilometers verderop. Het is een steile, dreigende heuvel die als een wachter boven de vallei uitsteekt. De Romeinen noemen het de heuvel van Mars, maar de christenen fluisteren al over Montmartre, de Martelaarsberg. Op de top, in de schaduw van de heidense tempels, dachten de soldaten met één harde zwaardslag een einde te maken aan het geloof. Het zwaard flitst. Het hoofd van Denijs rolt door het droge herfstgras. De beul lacht. Maar de lach sterft in zijn keel. Het onthoofde lichaam valt niet.
 
Terwijl de soldaten als versteend toekijken, knielt de romp van de bisschop langzaam neer. De handen tastten over de grond, grijpen het afgehakte hoofd bij de haren en tillen het omhoog. De dode ogen openen zich en een heldere stem begint psalmen te zingen. Met zijn eigen hoofd stevig in zijn armen geklemd, draait het lichaam zich om. Denijs loopt met vaste stap de heuvel af, rechtstreeks de dichte mist in. Kilometers ver wandelt hij door het ruige landschap naar het noorden. Pas op de plek waar nu de grote koninklijke Basiliek van Saint-Denis staat, valt hij definitief om. Hij liet zich door de dood de mond niet snoeren.